Franse benaming: Grand raifort
Engelse benaming: Horse Radish
Duitse benaming: MeerrettichBotanische beschrijving: Familie: Brassicaceae/Cruciferae.
Overblijvende, grove, kruidachtige, vaste plant met dikke, scherpsmakende wit-gele wortel die tot 60cm lang kan worden. De Bladeren komen direct vanaf de wortel en zijn ovaal en lang gesteeld en kunnen tot 1 m. lang worden en zijn glanzend en licht getand. De stengel bladeren zijn veerspletig. Bloeiwijze van talrijke trossen met kleine vuilwitte bloemetjes in juni - juli. De vruchtjes zijn bolvormige hauwtjes op lange stelen. Mierikswortel komt vaak verwilderd voor. Ze komt oorspronkelijk uit Zuid-Oost Europa en is in de 12e eeuw geïmporteerd voor de wortel.Gebruikte delen: De verse wortel
Inhoudsstoffen:
Etherische olie, vitamine C en andere. Belangrijk is de mosterdolieglycoside.Geneeskracht: Mierik heeft een prikkelende werking op de huid en wordt als derivans gebruikt. Mierik wordt als de sterkstwerkende plant tegen scheurbuik beschouwd.
- Is sterk ontsmettend en stimulerend, bloedzuiverend, heeft een regenererende werking op de aderen.
- Bevordert de spijsvertering en de werking van de alvleesklier.
- Mierik wordt onder vorn van een samengestelde alcoholatuur of siroop toegediend bij bloedarmoede en vitaminetekort.
- Bij schele hoofdpijn mierikswortelazijn op de slapen of in de nek.
- Warme omslagen bij reumatiek, borstklachten en doorbloedingsproblemen.
- Mierikswonelsiroop bij verkoudheid: 50 gr. verse mierik in potje honing.
- Als tinctuur tegen artritis.
- De Ned. Farmacopee beschrijft een spiritus cochleariae met gelijke delen vers lepelblad en mierik tegen ontstekingen van de mond en scheurbuik.
Bij- en/of nevenwerkingen
De wortel kan inwendige ontstekingen veroorzaken, de schildklier beïnvloeden en bij uitwendig gebruik blaren veroorzaken.Teelt en oogst
De plant vraagt een rijke vochtige grond, met behoorlijk wat zon. Vermeerdering door middel van de kleine zijwortels die plat in de grond worden geplant. De plant kan behoorlijk woekeren. De wortel wordt uitgegraven in de herfst na het afsterven van het blad, gedurende het voorjaar wordt het jonge blad geoogst.