Herboristenland

Submenu Inhoudstoffen

Algemeen Etherische oliën Bitterstoffen Looistoffen Alkaloïden Flavonen Slijmstoffen Saponinen Vitaminen en mineralen

Algemeen
Zoals eerder vermeld zit in planten een op natuurlijke wijze opgebouwd complex van inhoudstoffen, die in gezamenlijkheid worden gebruikt om een geneeskrachtige werking te bewerkstelligen. Deze inhoudsstoffen vullen elkaar aan, ze passen bijeen of onderdrukken stoffen die, als ze geïsoleerd zouden worden toegepast, een schadelijke werking zouden kunnen veroorzaken. Als kruid of plant biedt het dus in zijn toepassing altijd een op elkaar afgestemd complex. Hierdoor treden er nauwelijks of geen nevenverschijnselen of contra-indicaties op. Bij de verhandelingen over de kruiden zult u zien en leren hoe kruiden werken en worden toegepast. Ook zult u vaststellen dat er over de complexe samenhang en relaties van deze stoffen nog veel onbekend is. Toch is er al behoorlijk veel onderzoek naar gedaan. Veel van datgene wat we er wel van weten heb ik hier samengevat.

Inhoudsstoffen in te grote hoeveelheden zijn vergift en kunnen schadelijke werking hebben. Wees dus voorzichtig met doseringen. Als iets niet werkt zou het ook wel eens kunnen zijn dat je teveel gebruikt!! en met minder zou moeten werken. Etherische olie bijvoorbeeld werkt in (heel) kleine hoeveelheden spasmolytisch, als tonicum enz. In grotere hoeveelheden echter schadelijk op de slijmvliezen van het spijsverteringstelsel en in maximale hoeveelheid van hersenverlamming tot de dood.
Naar boven

Etherische oliën.
Etherische oliën komen over het algemeen in natuurlijke vorm voor in geurende kruiden. De etherische oliën treffen meestal aan in speciale oliecellen, klieren of kanaaltjes in alle delen van de plant. Het gehalte hangt sterk af van jaargetijde, klimaat, bodem, tijd van de dag enz. Sommige planten bevatten echter heel veel e.o. Bij kamertemperatuur zijn ze al vluchtig. In de familie Lipbloemigen (Lamiaceae) bijvoorbeeld, zijn nogal wat soorten met etherische olie. Zo ook in naaldbomen en schermbloemen. Waarschijnlijk zijn het afval- of eindproducten van stofwisselingsprocessen in de plant.
Vanwege hun samenstelling en werking moeten deze oliën met waterdamp worden gedestilleerd en worden ze als flesjes etherische-, essentiële- of vluchtige olie verhandeld. Tegenwoordig kun je van bijna elk kruid wel etherische olie kopen. Soms wordt etherische olie geperst. Denk er aan, etherische olie is snel tenietgedaan door licht, lucht en warmte. Ze moeten in goed gesloten, donkere flesjes op een koele plaats worden bewaard. Etherische olie komt voor in verschillende kleuren. Anijs, Lavendel of munt is bv. kleurloos of lichtgeel. Tijm is roodachtig bruin, Kamille is blauw, Alsem en Bergamot zijn groen en Citroen, kaneel en sinaasappel zijn licht- tot donkergeel.
Etherische oliën zijn sterk geconcentreerde oliën waar voorzichtig mee moet worden omgegaan. Onverdund gebruikt kan etherische olie zowel intern als extern verscheidene nevenwerkingen vertonen, soms in ernstige mate. In principe worden etherische oliën in geconcentreerde vorm niet inwendig gebruikt zonder dat u daar van de arts of een fytotherapeut aanwijzingen toe heeft gekregen. Vaak wordt de olie dan verdund toegepast. Ook worden e.o. gebruikt voor inhalatie bij verkoudheden en zo. Denk daarbij aan Tijm, Munt of Eucalyptus.

De etherische olie die in de kruiden aanwezig is veroorzaakt deze nevenwerkingen niet of nauwelijks bij de verschillende toepassingen van kruiden. Het scala van toepassingen is breed en wordt aangeduid bij de kruidenbeschrijvingen en toepassingen daarvan. De werking van e.o. is ook afhankelijk van de vorm waarin ze wordt toegediend. De e.o. van Lindebloesem en Vlier werken op de zweetafscheiding, maar een thee ervan is zweetdrijvend en een geconcentreerde oplossing nauwelijks, hoewel die meer e.o. bevat.

Etherische oliën vertegenwoordigen als zodanig een op elkaar afgestemde inhoud van diverse werkzame stoffen en worden daardoor ook niet beschouwd als een geïsoleerde inhoudsstof. De werking van deze oliën zijn zeer divers, ze hebben echter over het algemeen allemaal antiseptische en bacteriewerende eigenschappen.

.Momenteel is etherische olie in veel verschillende soorten in diverse kwaliteiten verkrijgbaar en er zijn zelfs afzonderlijke therapieën voor. We noemen hier bijvoorbeeld de Aromatherapie. Verder wordt etherische olie gebruikt in schoonheidsmiddelen, badwater of in diverse smaakmakende of geurmiddelen.
Naar boven


Bitterstoffen
Bitter in de mond maakt het hart gezond.
Nou zult u misschien denken dat in alle planten die bitter smaken ook Bitterstoffen zitten. Dat is dus niet altijd waar. Er zijn andere inhoudsstoffen die ook bitter smaken. Alkaloïden, Zuren en sommige Glycosiden smaken ook bitter. Sommige Bitterstoffen binden zich aan Suikers en behoren daarmee tot de groep Glycosiden. De Alkaloïden Kinine en Strychnine smaken ook bitter en dat zal uw spijsvertering echt geen goed doen! Bij geneeskrachtige kruiden gaat het meestal om Bitterstoffen die, in chemisch opzicht, tot de groep Glycosiden behoren.

De meest bekende planten met Bitterstof zijn: Alsem, Bitterklaver, Boerenwormkruid, Duizendguldenkruid en de Gezegende Distel. Sommige planten met etherische olie kan men ook tot de groep rekenen: Arnica, Bevernel, Duizendblad, Goudsbloem, Hop, Majoraan en Salie. Planten die wat minder Bitterstoffen bevatten zijn: Bosbes, Cichorei, Klein Hoefblad, Ijslands Mos, Malrove en Vrouwenmantel.

In een andere indeling kent men 4 soorten bitterstoffen:
Over het algemeen werken bitterstoffen gunstig op het spijsverteringstelsel. Ze bevorderen meestal een verhoogde speekselafscheiding die op hun beurt weer zorgen voor een verhoogde secretie van diverse organen. Zo wekken ze bijvoorbeeld de eetlust op, stimuleren de vertering van het voedsel op diverse manieren en zorgen ze ook voor een betere resorptie (opname) van voeding, geneesmiddelen of kruiden. Ze worden vaak toegepast als Infusie (thee, zie bereidingswijzen).

Over de precieze uitwerking van Bitterstoffen is men het nog niet helemaal eens. De meest gedragen en aannemelijke theorie is dat de Bitterstoffen via de mond in contact komen met het willekeurige- en het onwillekeurige zenuwsysteem en deze prikkelen. Hieruit volgt dan wel dat het innemen van Bitterstoffen in de vorm van capsules, tabletten of dragees geen zin heeft, daar ze dan direct in de maag terechtkomen en dan geen uitwerking hebben. Dus alleen in een vorm als bijvoorbeeld thee, kruidenbitter of tinctuur kunnen ze met de mond in contact komen en van daaruit de zenuwen prikkelen voor een activering van een van de beide zenuwsystemen.

Belangrijk is het tijdstip waarop Bitterstoffen worden ingenomen. Bitterstoffen dienen 15 - 30 minuten voor de maaltijd te worden ingenomen en ter verhoging van de werking ervan in de mond te worden gespoeld ter verhoging van de werking. Neemt men Bitterstoffen tijdens of na de maaltijd in, wordt de afscheiding van de maagsappen vertraagd. Deze eigenschap kan men dus wel gebruiken als men de afscheiding van maagsap wil verminderen, om welke reden dan ook. Bij een teveel aan maagsap mag u geen Bitterstoffen innemen, daar dan de kans op een teveel aan zoutzuur ontstaat.
Kleine hoeveelheden Bitterstof prikkelen de maag tot snelle lediging, grote hoeveelheden hebben daarop een remmende werking. Bitterstoffen kunnen vaak kramptoestanden in het spijsverteringskanaal opheffen. Ze remmen de peristaltiek en verminderen de spanning in de darmen.
Door de indirecte werking via het zenuwstelsel worden ook andere werkingen verklaard. Bitterstoffen veroorzaken een krachtiger terugstromen van het aderlijk bloed naar het hart, waardoor een betere hartactie teweeg wordt gebracht. Een regelmatig gebruik van kleine hoeveelheden Bitterstoffen veroorzaakt een toename van zowel rode als witte bloedlichaampjes. Ze maken zich verdienstelijk bij het prikkelen van het beenmerg. In het algemeen kan men dus stellen dat Bitterstoffen via het zenuwstelsel invloed kunnen uitoefenen op bijna alle stofwisselingsprocessen.
Bitterstoffen vormen een belangrijk hulpmiddel om het evenwicht van alle levensprocessen te bewaren en het lichaam beter te laten functioneren. Ze hebben bij uitstek een versterkende functie. Middeleeuwse kruidenkenners stelden al dat hun "Elixer ad langam vitam" meer was dan alleen een maagmiddeltje. Ze hadden nog gelijk ook. Bijna alle kruidenbitters, kloosterdranken enz. waren en zijn nog samengesteld uit bitterstofhoudende planten. Engelwortel en Gentiaan waren 2 heel belangrijke ingrediënten, net zoals Kalmoes, Gezegende Distel, Gember en Kaneel, die thans nog steeds veel worden gebruikt in middelen tegen maagklachten.
Naar boven


Looistoffen.
De Looistoffen, ook wel Tanninen genoemd, hebben over het algemeen een samentrekkende werking. Ze gaan een verbinding aan met de eiwitten van het weefsel. Hierdoor vormt zich een beschermende laag zodat de organismen die de infecties veroorzaken de voedingsbodem niet meer kunnen bereiken en werkt zo antiseptisch De Looistoffen stelpen bloedingen, verzachten de pijn en beperken een overmatige afgifte van secretie. Op deze manier versnellen Looistoffen ook de genezing. Looistoffen vinden we onder meer terug in kruiden als Achillea millefolium (Duizendblad), Potentilla anserina (Zilverschoon), Agrimonia eupatoria (Agrimonie), Potentilla erecta (Tormentil), Capsella bursa-pastoris (Herderstasje), Hamamelis virginiana (Toverhazelaar), Rubus idaeus (Frambozenblad).
Naar boven

Alkaloïden.
De meeste Alkaloïden bevatten stikstoffen en zijn sterk in hun werking. Ze werken psychoactief en zijn bij hoge dosissen gevaarlijk, giftig en dodelijk. Het gebruik van de meeste geneeskrachtige planten met een hoog gehalte aan Alkaloïden wordt dan ook bijna niet meer toegepast. Veel van deze kruiden mogen volgens de wet uitsluitend door kruidendokters en artsen worden voorgeschreven. In de moderne geneeskunde worden de geïsoleerde stoffen ruimschoots ingezet vanwege hun specifieke werking. Als Alkaloïden in kleine hoeveelheden voorkomen in kruiden vervullen ze vaak de rol van katalysator.

Planten zijn psychoactief als ze bij inname inwerken op het algemene bewustzijn of dit veranderen. Reeds Paracelsus zei dat alle stoffen giftig zijn maar dat alleen de dosis bepaalt dat een stof niet giftig is.
Een moderne indeling van verdovende en stimulerende middelen (naar Leuenberger 1970) is:
Ik wil hier slechts een aantal zeer risicovolle planten noemen die zeer ernstige gevolgen kunnen hebben of zelfs de dood kunnen veroorzaken: Aconitum capellus (Blauwe Monnikskap), Atropa Belladonna (Wolfskers), diverse Solanaceae (Nachtschadenfamilie), Caranthus roseus (Roze maagdenpalm), Conium maculatum (Gevlekte Scheerling), Cytisus scoparius (Brem), Hedera helix (Klimop). Er zijn er nog veel meer. Informatie over literatuur of webpagina's kunt u terugvinden onder literatuur en links
Naar boven

Flavonen.
Wordt vervolgd

Slijmstoffen.
Wordt vervolgd

Saponinen.
Saponinen hebben een emulgerende werking op olie. Het zijn Glycosiden die een zeepachtig schuim vormen als ze met water worden gemengd. Wordt vervolgd.

Vitaminen en mineralen.
De lijst met vitaminen en mineralen is te omvangrijk om in deze pagina op te nemen. Ga hiervoor naar : Wordt vervolgd

Kruidenkennis

Contact opnemen

U kunt altijd contact met mij opnemen via de mail
Mail naar: herborist@herboristenland.com

Laatst bijgewerkt: 21-6-2003 ©Will Schörgers, Herborist