Dille - Anethum graveolens L.

Franse benaming:  Aneth odorant.
Engelse benaming: Dill.
Duitse benaming:   Dill.

Botanische beschrijving: Dille komt oorspronkelijk uit de oriënt en wordt hier als cultuurgewas gebruikt. Komt daardoor nu ook wel hier of daar voor in het wild. Het is een eenjarige, vorstbestendige, 20-50cm hoge plant met gele schermbloemige bloemetjes. De blaadjes zijn gesteeld met een stengelomvattende schede. De stengel is donkergroen, slank, gestreept en hol. Dille bloeit van juli tot september.

Gebruikte delen: Zaad en kruid

Inhoudsstoffen:
Etherische olie, vette olie, het kruid bevat minder etherische olie.

Geneeskracht:
Inwendig: Dille bevorderd de secretie van het maagsap. Het is smaakmakend en wordt vaak aan recepten voor kinderen toegevoegd.
Volksgebruik: Vochtafdrijvend, bloedstelpend en windverdrijvend. Dille is een scherp, verkoelend en aromatisch kruid; het kalmeert en harmoniseert het spijsverteringstelsel en bestrijdt infectie.

Teelt en oogst
Wordt vanaf april gezaaid in tussentijdse perioden van 3 tot 4 weken. Rij-afstand 25 cm. Zaad wordt vlak uitgezaaid en licht aangedrukt. Dille verdraagd een zware grond, echter geen natte voeten. Schiet snel in het zaad op arme of droge grond. Kan in grotere bloempotten met goeie zware bloemenaarde worden gezaaid die op een lichte plaats worden neergezet. De bladeren kunnen doorlopend vers worden geoogst. De zaden worden in de zomer geoogst en in het donker gedroogd voor aftreksels, geconcentreerd dillewater, tot poeder vermalen of gedestilleerd voor de olie.

Bij- en/of nevenwerkingen
Er zijn geen nevenwerkingen bekend.



Index

Laatst bijgewerkt: 25-2-2003 ©Will Schörgers, Herborist