Herboristenland
Submenu Cultuur
Het oude India
In grote lijnen onderkent men in de filosofie van het oude India
- Het Vedische tijdperk (1500-500 v Christus)
Het Vedische tijdperk staat omschreven in de z.g. Veda's: De Rigveda (de verzen), de Samaveda (de liederen), de Ajourveda (de offerspreuken) en de Atharvaveda (de magische formules). Deze Veda's zijn de handboeken van de oude Indische priesters, die hierin het voor de religieuze plechtigheden benodigde materiaal aan hymnen, spreuken, formules etc. bewaarden. Iedere Veda had weer 4 onderafdelingen: de Mantra's (hymnen en gebedsformules), de Brahmana's (aanwijzingen voor juist gebruik van formules), de Aranyaka's (woudgeschriften voor kluizenaars) en de Oepanisjaden (geheime leringen). Globaal kunnen we het Vedische tijdperk opdelen in:
- Het tijdperk der Hymnen (1500-1000 v Christus)
- De tijd van de offermystiek en het ontstaan van het kastenstelsel (1000-700 v Christus)
- Het tijdperk van de Oepanisjaden: Atman en Brahnan, Zielsverhuizing en verlossing (750-500 v Christus)
- De niet-orthodoxe systemen (500 v Christus - 1000 na Christus
Alle denksystemen die het gezag van de Veda's ontkennen en deze niet aanvaarden als de enige goddelijke openbaring worden als niet-orthodoxe systemen en Nastika's (nee-zeggers) aangeduid.
- Materialisme van de Tsjarvaka's (750 v Christus)
Alleen het materiele is waar. Ook de geestelijke processen worden herleid naar materialisme. de 4 elementen spelen een belangrijke rol hierin.
- Mahavira en het Jainisme (ca. 599 v Christus)
Nieuwe religie.
- Het leven en de leer van Boeddha (ca. 560 v Christus)
Nieuwe religie.
- De orthodoxe systemen
Als er nee-zeggers zijn, moeten ja-zeggers (Astika's) in de tegenaanval. Hier ontstaan de uitwerkingen van de Oepanisjaden en de Soetra's, de Mahabharata, de Bhahavadgita en het wetboek van Manoe.
- Nyaya en Vaisjesjika
Nyaya: Zwaartepunt op logica en dialectiek. Vaisjesjika: zwaartepunt op verklaring van de wereld, metafysica en natuurfilosofie. Deze twee stromingen zijn later tot 1 versmolten.
- Sankhya en Yoga
Sankhya is dualistisch met als uitgangspunten: de oernatuur (Prakrti) en het zuiver geestelijk beginsel (Poeroesja). Het Sankhya-systeem is naast vedanta het belangrijkste orthodoxe systeem. In Sankhya wordt o.a. over de 5 elementen gesproken.
Yoga legt de nadruk op het praktische, op de middelen en op de weg waarlangs men naar wijsheid en verlossing komt. Yoga is nauw verbonden met Sankhya en omgekeerd. Yoga kent een persoonlijke God.
- Mimansa en Vedanta
Mimansa hield zich voornamenlijk bezig met het bestrijden van de Sankhya. De Vedanta hield zich bezig met het voltooien van de Veda's en kent talrijke scholen, waarvan de Sjankara (800 n Christus) de meest invloedrijke was. Sjankara stelt, onder meer, het kenvermogen open voor kritiek. Immers alles wat we kennen en weten is ons via onze zintuigen bemiddeld. Wat wij weten noemen is dus niets anders dan de verwerking van het door de zintuigen geleverde materiaal. Is dat geldig en onbetwijfelbaar? Hebben we daarmee de werkelijkheid te pakken? Nee, zegt Sjankara, evenals in de 18e eeuw in Europa ook Kant dit zegt. Waarachtig weten, Vidya, kan men pas als men door de sluier van voornoemde misvatting, Mayâ, heen kan kijken.
Oud Chinese culturen
Het Chinese filosofische denken is ongeveer even oud als het Indische en vertoont het beeld van een homogene cultuur. De Chinese taal bestaat uit enkelvoudige en onveranderende lettergrepen waarvan sommigen wel tot 60 verschillende betekenissen kunnen hebben. Daarmee ontstaat een zeer uitgebreid taalgebruik en uitdrukkingsvermogen en zijn oude schriftteksten vrij gemakkelijk te lezen. Het schrift is namelijk nauwelijks veranderd. Echter het vertalen naar andere talen is complex waardoor de verschillende interpretaties van de oude geschriften nogal eens willen afwijken van elkaar. Het complete schrift vergt tientallen jaren om te leren. Praktisch gezien kan men toe met 2000 tot 4000 tekens die in enkele jaren te leren zijn.
Een van de meest vooraanstaand Chinese geleerden, Chan Wing-Tsit, heeft de Chinese filosofie met een symfonie in 3 delen vergeleken.
- Het eerste gedeelte bestaat uit de hoofdthema's confucianisme, taoïsme en mohisme, en de 4 neventhema's: sofisme, lagalisme, neomohisme en de leer van het Ying-Yang. Het omvat de tijd van de 6e tot de 2e eeuw voor Christus.
- In het tweede deel vermengen de verschillende motieven zich tot het dominantieaccoord van de middeleeuwse Chinese filosofie. De periode is van de 2e eeuw voor Christus tot 1000 na Christus.
- De derde periode loopt tot heden en biedt een synthese van de verschillende elementen. Dominant hierin is de eigen melodie van het neoconfucianisme.
Het grote denken heeft in de eerste periode plaatsgevonden. Daar zal ik de volgende keer dan ook wat dieper op ingaan.
Wordt vervolgd.
Menu historie en cultuur
Contact opnemen
U kunt altijd contact met mij opnemen via de mail
Mail naar: herborist@herboristenland.com
Laatst bijgewerkt: 15-2-2004 ©Will Schörgers, Herborist